eurobiljetten en munten

Inmiddels ligt het er al 1,5 maand: Het Nationaal Programma Onderwijs. Een enorme financiële injectie die we in onderwijsland al tijden niet meer hadden gezien. De aankondiging is groots, alle kranten kopten met enthousiasme dat er eindelijk geld voor het onderwijs is, maar nu is het best stil aan het front. Die stilte willen wij, Karin en Laura, graag doorbreken met een blogserie over dit onderwerp. Ons doel hierbij is om kennis en deskundigheid te delen met de onderwijssector die sinds het begin van de coronacrisis alles op alles heeft gezet om kinderen en studenten te voorzien van goed onderwijs.

In een reeks van 3 blogs staan we eerst stil bij de inhoud van het Nationaal Programma Onderwijs en zetten we wat feiten op een rij. Vervolgens geven we handreikingen over het maken van de analyse en een plan, en in hoeverre deze al aansluit bij wat scholen al doen. In de derde blog nemen we de lezers mee in mogelijke oplossingen om op een duurzame manier aan de slag te gaan met deze geldinjectie, zodat ook na 31 december 2023 het onderwijs nog steeds structureel profijt heeft van deze impuls.

Eerst maar eens even dit: Wat weten we nu (eind maart) over het NPO?

Geld

In totaal komt er € 8,5 miljard beschikbaar. Dit geld is voor het hele onderwijsveld en een aantal partners daaromheen, zoals onder andere gemeenten en samenwerkings-verbanden.

Vanuit OCW leren we dat dit geld de komende 2,5 jaar als volgt besteed zal gaan worden (voor zover we nu kunnen achterhalen). Het gaat dan om het lopende schooljaar (2020-2021) en de 2 aankomende schooljaren (2021-2022 en 2022-2023):

  • 6600 basisscholen krijgen gemiddeld € 180.000 per school voor het schooljaar 2021-2022..
  • 650 scholen voor het voortgezet onderwijs krijgen gemiddeld € 1,3 miljoen per school voor het schooljaar 2021-2022

Let op: dit zijn gemiddelden. Scholen en gemeenten waar grotere achterstanden zijn geconstateerd, krijgen verhoudingsgewijs meer geld. Totaal is er € 5,8 miljard geraamd voor PO en VO, en € 2,7 miljard voor MBO en HO.

  • Ongeveer € 500 miljoen is voorzien voor maatregelen op de korte termijn, zoals het uitbreiden van de subsidie voor de inhaal- en ondersteuningsprogramma’s VVE, PO en VO, de subsidie voor extra hulp voor de klas, en de kosten voor het op korte termijn inventariseren van de onderwijsachterstanden die zijn ontstaan als gevolg van Covid-19.
  • Gemeenten krijgen € 346 miljoen (VNG), € 80 miljoen voor 2021, € 182 miljoen voor 2022 en € 84 miljoen voor 2023 (achterstandenbeleid, sport en cultuur, huiswerkbegeleiding, sociaal emotioneel welbevinden).
  • In 2021 komt er € 350 miljoen voor financiële ondersteuning van studenten. Het aankomend studiejaar komt er 50% korting op het college- of lesgeld. Het studentenreisproduct (OV-kaart) wordt met maximaal 12 maanden verlengd als studenten langer de tijd nodig hebben de opleiding af te ronden.
  • In 2021 komt er € 425 miljoen voor studievertraging.
  • Voor onderzoek komt er in 2021 € 81 miljoen beschikbaar voor jonge onderzoekers, zodat zij in dienst kunnen blijven.
  • Nog eens € 489 miljoen gaat naar verhoogde instroom voor het studiejaar 2020-2021.
  • Structureel worden scholen en instellingen van PO tot HO met totaal € 645 miljoen gecompenseerd voor de grotere instroom van leerlingen en studenten. Dit bedrag is een toevoeging op de € 8,5 miljard die aangekondigd is.

Voor een gedetailleerder financieel overzicht en een goed te lezen visueel overzicht van het NPO raden we je aan om pagina 13 en 25 te printen van de bijlage, deze vind je hieronder bij de bronvermelding.

Bij het bestuderen van het financieel overzicht op pagina 25 van de bijlage merkten wij enkele verschillen in de opsomming van de totale bedragen ten opzichte van de aangekondigde cijfers. We duiken hier verder in, wordt vervolgd….

Hoe komt dit geld vervolgens naar de scholen/gemeenten?

Daar zitten een aantal voorwaarden aan.

  • Niet meedoen is geen optie (welke consequenties dit kan hebben, is nu nog niet duidelijk).
  • Scholen moeten een analyse maken van de individuele leerachterstanden en belemmeringen van hun leerlingen.
  • Op basis van deze analyse maakt de school (in overleg met en met ondersteuning van het bestuur) een meerjarenplan (in ieder geval tot en met 2023) voor de aanpak.
  • Dit plan wordt ter instemming aan de MR van de school voorgelegd.
  • De gelden worden volgens het NPO overgemaakt aan de besturen. Het is nog niet duidelijk of dit gaat op basis van de analyse of de plannen die de scholen maken. Het schoolbestuur zorgt ervoor dat de school de benodigde middelen krijgt.

Het is op dit moment nog erg onduidelijk of de middelen conform elk individueel plan 1-op-1 worden doorgezet naar de individuele onderwijsinstellingen. In ons tweede blog hopen we hier meer over te vertellen.

Waar zet het NPO vooralsnog op in?

De nadruk ligt vooral op het wegwerken van achterstanden en het inlopen van vertragingen, opgedaan tijdens de coronacrisis. Er wordt nadrukkelijk meerdere malen geschreven dat het OCW wenst de coronacrisis zo snel mogelijk achter zich te willen laten. Hier en daar vinden we wel een wat meer positieve benadering. In de eerste zinnen van de Kamerbrief staat: ‘Het doel hiervan is om leerlingen en studenten te helpen hun gaven en talenten tot bloei te brengen’. We houden deze gedachten vast en gaan er zoals velen in onderwijsland vanuit dat de achterstanden er waarschijnlijk al waren, maar helaas nu extra pijnlijk aan de oppervlakte zijn gekomen door deze crisis. We vervolgen met de analyse van het NPO door inzicht te geven in de maatregelen die voorgesteld worden:

Er wordt gesproken over interventies met duurzaam effect. Ambitie, maatwerk en uitvoerbaarheid zijn de uitgangspunten voor de maatregelen. Deze worden zoveel mogelijk specifiek en gericht uitgewerkt en moeten aansluiten bij de reguliere processen in scholen en instellingen. Daarin zien we een aantal grote blokken die we waarschijnlijk ook weer in de catalogus/menukaart met interventies en handreiking gaan terugzien:

  • Meer onderwijs (verlengde schooldagen, tussenjaar, zomerschool).
  • Effectiever onderwijs (interventies vooral gericht op de leerlingen, deels leraren).
  • Aanvullende interventies (coaching, IB-inzet, gezonde school, jeugdhulp).
  • Ondersteuning vanuit Rijksoverheid (kennis-community, expertpool, uitbreiding GKA-agenda’s).

Voor het MBO en HO is naast extra financiering en ondersteuning (coaching, peer review) specifiek benoemd:

  • Het structureel verankeren van flexibel en blended leren (vasthouden van wat tijdens de schoolsluitingen als positief is ervaren). d

Dit is in vogelvlucht wat we nu uit het NPO halen aan feiten en cijfers en wat op hoofdlijnen de procesgang zal zijn.

We realiseren ons dat deze feiten allerlei gevoelens oproepen die tot vragen leiden. De kunst is om die vragen dan ook weer met feiten te beantwoorden. Wat zijn de vervolgstappen die onderwijsinstellingen nu moeten nemen en hoe sluiten deze aan op de goede initiatieven en processen die al er al zijn? Kan het NPO en de eisen die hierbij van pas komen op een efficiënte wijze worden ingebed ten gunste van nog beter en op maat onderwijs passend bij deze tijd voor elk kind en elk student?

In de volgende blog willen we de lezers graag helpen met de praktische stappen die scholen moeten nemen in ieder geval voor het einde van dit schooljaar. Hoe zorg je voor een goede analyse van je leerlingen en hoe vertaal je dit naar een duurzaam en robuust plan?

Uiteraard horen we graag welke gevoelens en vragen deze blog bij jullie oproepen, neem gerust contact met ons op!

Karin van Ginkel – 06-39308091 info@karinvanginkeladvies.nl

Laura Walter-Goudsmit – 06-54795855 laurawalter-goudsmit@edutrainers.com

Bron: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2021Z03294&did=2021D07290

https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-onderwijs-cultuur-en-wetenschap/nieuws/2021/02/17/85-miljard-euro-voor-nationaal-programma-onderwijs

Recommended Posts